Het orgel
Het Lohmanorgel dateert van 1855.
Op zondag 7 september 1969 is het orgel
voor de laatste dienst in het kerkje van Oterdum
bespeeld. Het orgel is overgeplaatst naar de NH Kerk
te Heinenoord en is daar op 22 januari 1984 in gebruik
genomen.



De situatie in Heinenoord


"Daor broest de zee..."
Deze woorden zijn van toepassing op het bezoek dat in september 1966 door de toenmalige organisten, waarvan er één nog steeds in dienst is, werd gebracht aan het "Jutterskerkje" in Oterdum.
In deze kerk stond een uit 1855 daterend Lohman-orgel. Het instrument werd, evenals de kerk, in een verwaarloosde toestand aangetroffen. Oterdum stond namelijk op de nominatie ten prooi te vallen aan de uitbreiding van Delfzijl. De pijpen vertoonden tinpestplekken en functioneerden evenmin als de tractuur naar behoren. Dankzij de medewerking van president-kerkvoogd Van Delden was het toch mogelijk het orgel te bespelen. De windvoorziening kwam slechts door intens voetenwerk tot stand. Om beurten is het orgel door de beide Heinenoordse organisten J. Jongekrijg en A.J. den Boer bespeeld. Toen de kerkvoogd geheel buiten adem was waren de Heinenoordse broeders zo ver dat zij een optie op het instrument durfden vragen. Ondanks de uiterlijk slechte toestand van het Oterdumse orgel bekoorde de klank deze musici zozeer dat zij van het orgelspel geen genoeg konden krijgen.
Nadat in Heinenoord verslag van de stand van zaken was uitgebracht was het aan het college van kerkvoogden om te beslissen. Dit nam het gelukkige besluit om verdere stappen leidend tot aankoop te nemen. Snel bleek dat de koop geen eenvoudige zaak was. Diverse instanties waren niet zonder meer bereid de transactie goed te keuren. Het betrof namelijk een waardevol orgel met de status van monument.

foto: Hervormde Kerk Heinenoord


Kerk Heinenoord"Door wys beleid bestuurd..."

De kerkenraad en kerkvoogdij gaven al gauw het groene licht, maar voordat de aanschaf een feit werd moest er nog heel wat worden gecorrespondeerd. In februari 1969 eindelijk gaf het provinciaal bestuur van Groningen vergunning om het instrument naar een gemeente buiten Groningen te verkopen. In december 1969 is de zaak beklonken, in die maand ook ontving de kerkvoogdij de eerste rekening van de firma Flentrop te Zaandam voor de opslag van het orgel in haar werkplaats.
Medio september 1973 werd begonnen met de opbouw van het instrument. De kas, die al eerder geplaatst was, is dan geschilderd en in gereedheid gebracht om het pijpwerk en alles wat er verder nodig is te kunnen bevatten. De orgelbouwers Boogaards en Dekker van de firma Flentrop hadden de taak om de duizenden onderdelen, waaruit het orgel bestaat, op de juiste manier te monteren. Dit gebeurde met grote nauwgezetheid en vakmanschap en duurde twee maanden. Vervolgens konden de stemmer-intoneur De Ruiter en zijn assistent Grisnich beginnen met het meest tijdrovende werk: het stemmen en intoneren. Door de welwillende medewerking van deze vakmensen was het mogelijk om met Kerstmis 1973 het "nieuwe orgel" te gebruiken. Daarvoor waren enkele registers in gereedheid gebracht. Het zou echter nog tot 22 maart 1974 duren voor het orgel tegelijk met de gerestaureerde kerk in een feestelijke kerkdienst officieel in gebruik werd genomen.